Limburgse vlaai

of op zijn Limburgs: vla

  • 10 g gedroogde gist
  • 200 g bloem
  • 4 g zout
  • 15 g boter
  • 2 el olijfolie
  • 1 dl melk
  • 2 el basterdsuiker
  • 1 ei
  • (grove) kristalsuiker
  • zelfgemaakte jam of andere vulling
Voor een platte vorm van 24 cm Ø.

Doe in de kom van de broodbakmachine achtereenvolgens de gist, het bloem, zout, boter, olie, melk en basterdsuiker. Splits het ei en doe de dooier ook in de kom. Zet de machine op een alleen-deeg programma (pizza).

Als het programma klaar is, verwarm dan de oven voor op 175° C.
Rol ¾ van het deeg uit tot een ronde lap en bekleed de vorm ermee. Rol met de deegroller het overtollige deeg van de rand en doe dat bij de rest van het deeg.
Rol de rest van het deeg uit tot een rechthoekige lap. Klop het eiwit los met een beetje melk of water. Kwast de lap deeg hiermee in en bestrooi met een beetje grove kristalsuiker. Snijd de lap in smalle repen.
Laat het deeg verder rijzen.

Als de oven warm is, doen dan de vulling in de vorm en leg de repen er in een ruitvormig patroon overheen. Bak de vlaai in 30 minuten mooi bruin.

Voor een pruimedant vulling:
Week 400 g gedroogde pruimen een nachtje en giet ze dan af.
Doe ze met 3 el suiker in een pannetje met dikke bodem en zet het op een laag pitje. Laat het 15 minuten koken.

Terug naar Gebak en zoetigheden Terug naar het kookboekje